Het uitbreken van de eerste wereldoorlog

1914

De goeie jaren worden bruusk beëindigd door het uitbreken van de eerste wereldoorlog. De interesse van de bevolking gaat niet langer uit naar het ontspanningsleven, maar alle aandacht word gespitst op 'de bete brood'.  Het is een vechten voor het dagelijks bestaan waar de Stadsfanfaren geen deel meer van uitmaken.  Alle instrumenten worden bij het uitbreken van de oorlog weggeborgen in de brouwerij Rosseel en de uniformen worden op het stadshuis ingeleverd. Deze zien er te 'militair' uit en kunnen eventueel een gevaar betekenen.  Eén van de weinigen die het uniform niet inlevert is dirigent Henri De Blauwe. Toen op een bepaald ogenblik de Duitse bezetter in de Heilig Hartkerk een concert wou organiseren bleken niet alle instrumenten voorhanden en de 'Duitse Kapelmeister' trok naar Henri De Blauwe om de instrumenten op te eisen. De Blauwe wist dat er zich in het toemalige lokaal 't Damberd nog enkele stukken oud koper bevonden en stuurde de Kapelmeister wandelen met de leugen dat alle instrumenten in 't Damberd lagen. Dolgelukkig met hun aanwinst gaven de duitsers hun 'concert' en boden De Blauwe enkele vrijkaarten aan die hij prompt weigerde.